Inleiding tot het maken van stroomdiagrammen

Stroomdiagrammen bieden een visuele weergave van processen of algoritmes. Stroomlijn uw diagrammen door standaardelementen en -vormen te gebruiken.

  1. Sleep een vorm van de vormbibliotheek naar het doek.
  2. Dubbelklik op de vorm om tekst toe te voegen of te bewerken.
  3. Om lijnen uit een vorm te slepen, beweegt u over de vorm, klikt u op de rode verbindingspunten die verschijnen en sleept u met de muis.
  4. Wanneer u de muis loslaat, wordt u gevraagd om een nieuwe vorm toe te voegen. Deze functie kan als volgt worden uitgeschakeld: Lucidchart-pictogram > Gebruikersinstellingen > Voorkeuren > Na het tekenen van lijnen > Niets doen
  5. Blijf vormen toevoegen en lijnen tekenen totdat uw stroomdiagram klaar is.
  6. Maak het diagram op zoals u wilt. Als u niet zeker weet waar u moet beginnen, raadpleeg dan onze Snelstartgids
  7. Bekijk onze tutorial Zwembanen maken voor meer informatie over het verschil tussen verantwoordelijkheden en subprocessen.

Pijlen: Tonen de algemene richting van het diagram en de volgende stappen in een pad.

ConnectorConnector: Verbindt afzonderlijke elementen op een pagina. Wordt gebruikt voor complexe schema's.

Gegevens Data (i/):O Vertegenwoordigt input, output of gebruikte of gegenereerde hulpmiddelen.

Database Database: Vertegenwoordigt een database:

BesluitBesluit: Wijst op een vraag die beantwoord moet worden— gewoonlijk is het antwoord ja/nee of juist/fout. Het pad kan wijzigen op basis van het antwoord. 

Vertraging Vertraging: Geeft een vertraging of wachtperiode in een proces aan.

Direct Access Storage Direct Access Storage (Harde schijf): Staat voor gegevensopslag op een harde schijf.

TonenWeergave: Verwijst naar de informatie die aan een gebruiker wordt getoond, vaak met een computerscherm.

Document Document: Staat voor een document of een rapport.

Intern geheugen Interne opslag: Staat voor gegevens die in het RAM-geheugen worden opgeslagen.

Handmatige invoer Handmatige invoer: Staat voor de handmatige invoer van gegevens in een computer, meestal met behulp van een toetsenbord.

Handmatige bediening Handmatige bediening:  Geeft aan dat de stap handmatig en niet automatisch moet worden uitgevoerd. 

SamenvoegenSamenvoegen: Combineert meerdere paden.

Meerdere documenten Meerdere documenten: Vertegenwoordigt meerdere documenten of rapporten.

NotitieNotitie: Laat opmerkingen over een stroomdiagram zien.

Off-Page LinkOff-Page Link: Verbindt afzonderlijke elementen die op meer dan een pagina staan. Wordt gebruikt voor complexe schema's.

OfOf: Staat voor een pad dat uiteenloopt.

Papieren tape Papieren tape: Staat voor input of output.

Vooraf gedefinieerde proces Vooraf gedefinieerd proces: Wijst op een complex proces dat elders bekend of omschreven is.

Voorbereiding Voorbereiding: Staat voor de voorbereiding op de volgende stappen. 

Proces Proces: Laat een proces, actie of handeling zien.

Opgeslagen data Opgeslagen gegevens: Staat voor gegevens die op een opslagapparaat staan.

SommeerknoopSommeerknoop: Telt de input van verschillende samenkomende paden bij elkaar op.  

Terminator Terminator: Geeft begin- en eindpunten en mogelijke uitkomsten van een pad weer.