Lagens, links en hotspots

Met zijn paginaweergaves en opties voor tegels biedt Lucidchart een flexibele werkomgeving met ruimte voor uw creatieve stijlen en behoeften. Via lagen kunt u de inhoud van uw documenten verder uitbouwen en organiseren.

Hieronder geven we u meer informatie over lagen en hoe u deze kunt gebruiken om uw Lucidchart-creaties te optimaliseren.

Het lagenpaneel
U kunt lagen aanmaken en beheren in het lagenpaneel, dat u aan de rechterzijde van uw tekenvel vindt. Klik op layers_button.png om het het paneel te openen. De lagen van uw document worden weergegeven als gestapelde tegels. Zelfs als u nog geen lagen in uw document hebt aangemaakt, ziet u een tegel die uw paginalaag weergeeft.

layers_panel_1.png

N.B.: Lagen worden niet overgedragen van de ene paginaweergave naar de andere. Wanneer u wisselt tussen de paginaweergaven van uw document, verandert ook de inhoud van uw paneel.

Lagen openen en bewerken
Om naar de bewerkingsmodus van een laag te gaan, selecteert u de betreffende tegel of dubbelklikt u op een object in de laag. De tegel wordt blauw en er komt een blauwe rechthoek rond de inhoud van de laag. U kunt maar één laag tegelijk bewerken; als u een laag selecteert, kleurt de inhoud van alle andere lagen grijs.

enter_and_edit_layers.gif

Om uit de bewerkingsmodus van een laag te gaan en terug te keren naar de paginalaag, klikt u op de tegel van de paginalaag of dubbelklikt u ergens op het doek buiten de laag die u bewerkt.

Wanneer u zich in de paginalaag bevindt, gedraagt de inhoud van andere lagen zich als gegroepeerde vormen die u als een geheel kunt bewerken. Als u één keer op een object in een andere laag klikt, verschijnt er een blauwe rechthoek rond de gehele inhoud van die laag en krijgt de tegel aan de voorkant een blauw streepje. U kunt de groep vervolgens verplaatsen, vergroten of verkleinen of er stilistische wijzigingen in aanbrengen.

edit_layers_as_grouped_shapes.gif

Objecten naar laag verplaatsen/kopiëren
Om objecten van de ene laag naar de andere te verplaatsen of te kopiëren, klikt u met de rechtermuisknop op de objecten, navigeert u naar "verplaatsen naar laag" of "kopiëren naar laag" en selecteert u de laag waaraan u de objecten wilt toevoegen.

move_or_copy_to_layer.png

Lagen maken
Om een laag te maken, klikt u op add_a_layer.png bovenaan het lagenpaneel. Geef de laag een naam door over de standaardtekst Nieuwe laag te typen.

create_a_layer.gif

Lagen een nieuwe naam geven, dupliceren en verwijderen
Houd de muis over de tegel van een laag en klik op pen_icon.png om de opties op te halen om de laag een andere naam te geven, te dupliceren of te verwijderen.

rename__duplicate__or_delete_a_layer.png

Wanneer u een laag verwijdert, verwijdert u alle inhoud van die laag uit uw document en wanneer u een laag dupliceert, wordt alle inhoud naar de nieuwe laag gekopieerd.

Lagen herordenen
De volgorde van de gestapelde tegels in het lagenpaneel komt overeen met hoe de inhoud op het tekenvel wordt gestapeld. De inhoud van de paginalaag vormt altijd de basis van uw document, maar u kunt de volgorde van de inhoud van de andere lagen eenvoudig wijzigen door de bijbehorende tegels naar nieuwe posities in de stapel te slepen.

reorder_layers.gif

Lagen vergrendelen en verbergen
Met de knoppen links naast de naam van een laag kunt u de zichtbaarheid en bewerkbaarheid van die laag regelen.

lock_and_hide_buttons.png

Standaard is elke nieuwe laag die u aanmaakt, ontgrendeld en zichtbaar, en kleuren deze pictogrammen grijs. Wanneer u op eye_icon.png klikt om een laag te verbergen of op lock_icon.png om een laag te vergrendelen, kleurt het bijbehorende pictogram blauw.

NB: U kunt een vergrendelde laag niet bewerken. Als u in de bewerkingsmodus van een laag op lock_icon.png klikt, wordt u automatisch naar de paginalaag gevoerd, die niet vergrendelbaar is.

Zichtbaarheid synchroniseren
Aan de rechterbovenkant van uw lagenpaneel ziet u de woorden "Zichtbaarheid synchroniseren".

sync_visibility_grey.png

Als u de zichtbaarheid van een laag wijzigt, worden deze woorden blauw om aan te geven dat de zichtbaarheidsinstellingen van uw lagen niet zijn doorgevoerd naar gepubliceerde of toekomstige gedrukte/gedownloade versies van uw document. Klik op sync_visibility_blue.png om uw zichtbaarheidsinstellingen toe te passen op al uw documentversies. De knop wordt grijs wanneer de instellingen worden gesynchroniseerd.
Let op de optie 'Lagen opnemen' in het dialoogvenster waarin u een pdf-bestand kunt downloaden.

include_layers.png

Als u deze optie selecteert, wordt uw document opgesplitst in verschillende pagina's die elk overeenkomen met een andere laag. De eerste pagina van het pdf-bestand bevat alle inhoud die op de paginalaag van het document staat. Deze inhoud is ook zichtbaar op elke volgende lagenpagina.

NB: Uw zichtbaarheidsinstellingen zijn niet van invloed op een pdf-bestand met lagen. Als u er voor kiest om geen lagen op te nemen, zal Lucidchart een pdf-bestand maken dat is gebaseerd op de laatst gesynchroniseerde zichtbaarheidsinstellingen.
Maak uw documenten interactief door lagen te gebruiken in combinatie met hotspots. Ga als volgt te werk om een object aan een laag met een hotspot te koppelen:
  1. Voeg een hotspot toe aan een object door deze uit de vormenbibliotheek te slepen of door 'hotspot toevoegen' in het contextmenu te selecteren.

    hotspot_in_shape_library.png

    right-click_to_add_hotspot.png

  2. Klik in de rechterbovenhoek van de hotspot op gear_icon.png om het pop-upvenster met acties te openen.
  3. Klik op choose_an_action.png en selecteer een van de volgende opties:

    • Lagen in-/uitschakelen (laaginhoud weergeven/verbergen, zoals bij een lichtschakelaar)
    • Lagen weergeven (laaginhoud zichtbaar maken)
    • Lagen verbergen (laaginhoud onzichtbaar maken)
  4. Selecteer de laag of lagen die u aan uw object wilt koppelen.

    pick_layers_to_link.png

  5. Klik op done_button.png. Uw laag is nu gekoppeld!
Nadat u een object aan een laag hebt gekoppeld, kunt u de bijbehorende actie voor de hotspot (weergeven, verbergen of in-/uitschakelen) in de editor uitvoeren door op command + shift te drukken en op het object te klikken. Als u in de presentatiemodus of in de viewer voor het gepubliceerde document bent, kunt u de actie activeren door gewoon op het gekoppelde object te klikken.

Links kunnen een koppeling maken naar een andere pagina in het document, een externe pagina of een e-mailprogramma. Volg deze stappen om een eenvoudige link te maken:

  1. Markeer de tekst of selecteer het object dat u wilt veranderen in een link.
  2. Klik op het linkpictogram in de optiebalk.Schakelicoontje
  3. Er verschijnt een venster met de optie om een koppeling te selecteren. Kies "Link naar pagina", "Externe link" of "Link naar e-mail". Volg de instructies en voeg de URL of het e-mailadres toe waar u naar wilt koppelen.
  4. Klik op "Klaar".

Als u over een gekoppeld object of gekoppelde tekst beweegt, verschijnt er een tip met de suggestie om Shift+Crtl ingedrukt te houden (Shift+Commando bij Mac). Als u dit doet, ziet u dat gekoppelde objecten groen oplichten. Klik op het object om de actie uit te voeren.

Als een link aan een object gekoppeld is, kunt u met de rechtermuisknop op het object klikken om de link te wijzigen. U kunt ook nogmaals op het linksymbool klikken om het te bewerken.

Een hotspot is een specifiek deel van het doek dat een actie uitvoert als het in presentatiemodus of in een gepubliceerd diagram geselecteerd wordt. In geavanceerde diagrammen, zoals mockups en wireframes, worden hotspots gebruikt om interactie te creëren; op een knop klikken, bijvoorbeeld, kan bepaalde lagen verbergen of weergeven.

Hotspots bieden drie eenvoudige linkacties (dezelfde als de links in de eigenschappenbalk) en drie premiumacties die met lagen werken.

Volg deze eenvoudige stappen om een hotspot te maken en er een actie aan toe te wijzen:

  1. Sleep de groene hotspotvorm uit de standaard vormbibliotheek naar het geselecteerde object OF klik met de rechtermuisknop op een object en selecteer “Hotspot toevoegen”.

    Een hotspot toevoegen
  2. Klik op het vervolgkeuzemenu.
  3. Selecteer een van de zes opdrachten. Kies wat u wilt dat de hotspot doet. Wilt u dat die de hele tijd een laag toont? Een laag verbergt zoals een UIT-knop? Een laag omschakelt zoals een schakelaar?

    Menu Hotspot
  4. Als u een linkoptie hebt gekozen, voer dan de vereiste informatie in en klik op "Klaar". Als u een actie hebt gekozen die met lagen werkt, moet u een laag selecteren waarop de hotspot zal werken.
  5. Als u nog geen laag heeft aangemaakt...
  • Typ een titel voor de laag in het veld “Nieuwe laag aanmaken”.
  • Klik op het [+]-teken om de laag aan te maken.
  • Selecteer de laag uit de lijst en klik op “Klaar”.

Opmerking: U kunt meerdere lagen selecteren voor een enkele actie door de Ctrl-toets (Command voor Mac) ingedrukt te houden. Om een actie te wijzigen, dubbelklikt u gewoon op de hotspot. Het actievenster wordt dan geopend.